De Rotterdammer Bob den Uyl (1930-1992) begon zijn carrière als jazztrompettist. In de jaren veertig en vijftig speelt hij in verschillende jazzorkesten. Al in 1963 verschijnt zijn debuutbundel Vogels kijken, dat de novelleprijs van de gemeente Amsterdam ontvangt, maar pas in 1968 besluit Den Uyl zich volledig op het schrijven te richten. In datzelfde jaar verschijnt zijn de verhalenbundel Een zachte fluittoon, later dat jaar de winnaar van de Anna Blamanprijs. Ook latere boeken van Den Uyl zijn succesvol; zo wordt het boek Gods wegen zijn duister en zelden aangenaam bekroond met de Multatuliprijs.
De absurditeit van het menselijk bestaan staat aanvankelijk centraal in het oeuvre van Den Uyl. In de loop der jaren steeds wordt zijn werk steeds meer autobiografisch. De verhalen die hij later in zijn carrière schrijft, gaan vaak over zijn (fiets)reizen door Nederland en andere Europese landen.
VPRO Boeken