Kader Abdolah pseudoniem van Hossein Sadgadi Ghaemuraghami Farahani dat hij in Iran gebruikte. Hij debuteerde in 1980 met 'Wat willen de Koerden zeggen' (Teheran). Hij studeerde natuurkunde aan de universiteit van Teheran, studeerde in 1977 af en ging toen bij de marine waar hij twee jaar werkte op het vlaggeschip 'Pahlavi's Ship'.
Na de komst van Khomeiny werd hij ontslagen. Hij vluchtte naar Koerdistan en zwierf hier rond. In deze tijd hield hij reisdagboeken bij. Het boek 'Wat willen de Koerden zeggen' werd in Iran illegaal uitgegeven.
Hij ontving het Gouden Ezelsoor (best verkochte debuut) in 1994 voor 'De adelaars', het Charlotte Köhler-stipendium 1995 voor 'De meisjes en de partizanen'.
'De reis van de lege flessen' stond op de longlist van de Libris Literatuurprijs.
In 1997 de ASN-ADO-Mediaprijs voor 'Mirza' en het Mundial Award voor zijn landelijke verdiensten op het gebied van internationale samenwerking, vrede en veiligheid.
Ter gelegenheid van Koninginnedag 2000 werd Kader Abdollah benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw voor zijn inzet op het gebied van literatuur, internationale samenwerking en vrede. En in 2001 de E. du Perron-prijsvoor 'Spijkerschrift'.
De roman Het huis van de moskee mag zich sinds verschijning in 2006 volop in de belangstelling van de Nederlandse lezer verheugen. Ruim 200.000 exemplaren vonden hun weg naar de lezer en de waardering voor het boek was unaniem. Het eindigde op de tweede plaats bij de verkiezing van de NS-publieksprijs 2006 en het werd gekozen tot de op een na beste Nederlandse roman aller tijden.