Bob den Uyl debuteerde als schrijver met de verhalenbundel Vogels kijken (1963), waarvoor hij in 1966 de novelleprijs van de gemeente Amsterdam ontving. Met de verhalenbundel Een zachte fluittoon (1968) verwierf hij de Anna Blamanprijs en Gods wegen zijn duister en zelden aangenaam (1975) werd bekroond met de Multatuliprijs. Andere succesvolle titels, waaruit onder meer de verhalen ontleend zijn van Het reizen vereist sterke zenuwen, zijn Een zwervend bestaan (1977), Vreemde verschijnselen (1978), De bloedende trein (1980), Opkomst & Ondergang van de Zwarte trui (1982), Een uitzinnige liefde (1986) en Het land is niet ondankbaar (1989).
De Bob den Uyl Prijs voor het beste reisboek werd in 2003 in het leven geroepen door de VPRO Gids. Aan de jaarlijkse prijs voor reeds gepubliceerde verhalen is een geldbedrag en een plastiek verbonden. De prijs werd in februari 2004 voor het eerst uitgereikt.