artikel
Verstuur do 19-11-2009 13:00

Vraatzuchtige duivel en Hollandse huisvrouw

Tips uit VPRO Gids 47

Vraatzuchtige duivel
Verraden voelden ze zich, de mededikkerds, toen Hanneke Groenteman na een maagverkleining ineens vijfenveertig kilo lichter op televisie verscheen. Stapels brieven kreeg ze van voormalige lotgenoten die zich in de steek gelaten voelden, want zij was hun rolmodel. Maar, zo schrijft ze in haar nieuwe boek: ‘Als u werkelijk obees bent (…), kijkt u dan getroost in de spiegel omdat er ergens op televisie ook een veel te dik iemand opgewekt zit te doen? Die iemand torst uw gewicht toch niet?’ Hanneke Groenteman wilde niet langer dienen als troostmodel. Ze wilde eindelijk niet langer van zichzelf walgen als ze in de spiegel keek. In Bestemming bereikt (De Bezige Bij) beschrijft ze hoe ze haar leven lang worstelde met overgewicht, hoe ze besloot tot een medische ingreep en wat de gevolgen daarvan waren. Hoewel ze nu in maat 40 past, is de ‘vraatzuchtige duivel’ in haar niet getemd. Nog steeds heeft ze de neiging boosheid, verdriet en spanning weg te snoepen. En dat vindt ze dan weer ongelofelijk slap van zichzelf. Toch wel troostrijk.

Paganinipark
Meteen al op de eerste pagina van Paganinipark (De Arbeiderspers) wanen we ons in Isabel Allendeachtige sferen, wanneer Angelina een dag te laat bevalt van haar zoon Niccolò: ‘Had hij zijn hoofdje naar buiten geduwd op de datum die zijn vanwege haar helderziendheid even geliefde als gehate grootmoeder, Maria Di Montelibretto, vijf jaar eerder in Catania van hogerhand had doorgekregen, dan zou hij onder gejuich de wereld in zijn getrokken.’ Waar gaat dit heen, vraag je je bezorgd af, maar dan ontrolt zich toch tamelijk verrassend een soepel verteld verhaal over een zielige, oude man wiens leven wordt verwoest nadat hij ten onrechte is beschuldigd van een misdrijf. Volgens Rosita Steenbeek is deze derde roman van Arjan Visser zeer origineel en gewaagd en Herman Koch kon Paganinipark onmogelijk wegleggen. Dat is wellicht iets te veel eer, maar zolang Visser niet al te magisch-realistisch tekeer gaat en zijn Italiaanse zinnetjes een beetje doseert, zijn de lotgevallen van Gabriël Wezenman toch wel de moeite van het volgen waard.

De Hollandse huisvrouw
Als je in 1824 een dame van stand was, kon je overwegen eens te beginnen aan die Russische pantoffels waarvan het patroon te vinden was in het maandblad Penelope. Poetsen en boenen, dat deden de dienstmeisjes immers wel. Als die tenminste eerst koffie hadden gehad. Want daarover werd honderd jaar eerder, in 1724, al geklaagd, over die meiden en naaisters die eerst koffie moesten hebben voordat ze eens aan het werk gingen. De Nederlandse huisvrouw, wie dacht dat daar geen boek over vol te schrijven valt, zit er glad naast. Dat bewijst historica Els Kloek met Vrouw des huizes. Een cultuurgeschiedenis van de Hollandse huisvrouw (Balans), een even interessante als vermakelijke studie die ook nog eens fraai geïllustreerd is. Kloek putte uit tal van bronnen, waarbij vooral de observaties van buitenlanders over onze huisvrouwen hilarisch zijn. Zoals die Engelsman die in 1657 vaststelde dat ‘hun huizen zo keurig zijn dat je er ongemakkelijk van wordt: men durft zich nauwelijks te verroeren of er te spugen, uit angst de vrouw des huizes daarmee voor het hoofd te stoten of te ontrieven.’